Woorden: de riem - het wiel - ziek - lief - de hiel - de kies - de knie - de fiets - de drie - de vier - de tien - de wiek - de dief - de priem - de biet - de friet - de vlieg - de gier - de mier - de stier
Woorden: riem – wiel – ziek – hiel – knie – wiek – lief – fiets – tien – vier – drie – gier – mier – vlieg – stier – dief – biet – priem – friet – zij giet – hij vliegt – hij niest – hij fietst
Tips voor gebruik: zie 'Woordkaarten - waarom en hoe?' in de Algemene Handleiding
Woorden: de riem – het wiel – ziek – de hiel – de knie – de wiek – lief – de fiets - de tien – de vier – de drie – de gier – de mier – de vlieg – de stier – de dief – de biet – de priem – de friet – zij giet – hij vliegt – hij niest – hij fietst
Tips voor gebruik: zie 'Woordkaarten - waarom en hoe?' in de Algemene Handleiding
Met lidwoorden. De klankgroepen worden aangeduid d.m.v. stippen.
Woorden: het boek - de boer - de koe - de poes - loes - de boerin - de boerderij - de pompoen - de kalkoen - de groente - de groenteboer - de voetbal - de voetbalschoen - de koekenpan - de paddenstoel - de boekenkast - de kangoeroe